Wandelcoaching Proactief

Mentale weerbaarheid

Om de mentale weerbaarheid in kaart te brengen is een onderverdeling gemaakt in vier aspecten; ook wel de vier C’s genoemd:

Control: (Controle)

Personen die hoog scoren ervaren dat ze hun werk en de omgeving waarin ze werken, onder controle hebben. Zij zijn in staat om invloed uit te oefenen op hun werkomgeving en voelen zich op hun gemak en hebben voldoende zelfvertrouwen in complexe werksituaties waar meerdere taken tegelijkertijd uitgevoerd moeten worden.

  • Levenscontrole:
    Een persoon die hoog scoort op deze schaal is overtuigd van zijn controle ten aanzien van het leven dat hij/ zij leidt. Deze personen hebben het gevoel dat het leven volgens planning verloopt.
  • Emotionele controle:
    Personen die hoog scoren op deze schaal hebben hun emoties beter onder controle dan personen die lager scoren. Hoog scorende personen zijn geneigd hun emoties minder te tonen in het bijzijn van anderen.

Challenge: (uitdaging)

Deze schaal beschrijft de mate waarin personen uitdagingen benaderen als kansen dan wel als bedreigingen. De benadering van uitdagingen als kans wordt gezien als een punt van motivatie. Deze personen functioneren vaak het beste in een omgeving die continu aan verandering onderhevig is. Personen die uitdagingen als een bedreiging zien hebben een voorkeur voor een werkomgeving die niet aan veranderingen wordt blootgesteld.

Commitment: (vasthoudendheid)

Gemeten wordt de betrokkenheid ten aanzien van het bereiken van doelstellingen en het halen van deadlines. Personen die hoog scoren op deze schaal zijn minder snel afgeleid en uit het veld geslagen door problemen die zich voordoen op hun weg naar hun doel. Bij mensen die minder hoog scoren komt het eindresultaat in gevaar en komt hierdoor onder druk te staan als zich onverwachte obstakels en problemen voordoen.

Confidence: (zelfvertrouwen)

Personen met een hoge mate van zelfvertrouwen zijn overtuigd dat zij taken, die als zwaar en ingewikkeld worden beschouwd tot een succes weten te brengen. Personen met minder zelfvertrouwen hebben meer kans op het maken van fouten en zijn vaak minder standvastig en eerder uit evenwicht te brengen.

  • Vertrouwen in capaciteiten
    Personen die hoog scoren hebben het gevoel en het vertrouwen dat ze van meerwaarde zijn voor zichzelf en voor hun omgeving. Het functioneren is minder afhankelijk van de waardering die zij daarvoor krijgen van andere personen. Tevens staan zij een stuk optimistischer in het leven dan mensen die laag scoren.
  • Interpersoonlijk vertrouwen
    Personen die hoog scoren op deze schaal zijn in de regel meer assertief dan personen die minder hoog scoren. In grote groepen voelen deze personen zich beter op hun gemak dan anderen en zullen zij geen moeite hebben met de aandacht die op hun wordt gericht door hun omgeving.